Begroting

Het opmaken van een begroting is voor de vzw een verplichting. Alsook dient een vzw de ontwerpbegroting te laten voorstellen en goedkeuren. Deze bevoegdheid is toegekend aan de Algemene Vergadering en kan hen niet ontnomen worden. Het opmaken van het ontwerp van begroting is de verantwoordelijkheid en plicht van de Raad van Bestuur en deze moet ze dan ter goedkeuring voorleggen aan de Algemene Vergadering. Het opmaken van de begroting is een jaarlijkse verplichting en dient schriftelijk te gebeuren binnen de 6 maanden na afsluiting van het vorige boekjaar.

Inzage

De begroting moet niet extern gepubliceerd worden:

  • ze moet niet gepubliceerd worden in het Belgisch Staatsblad;
  • ze moet niet gepubliceerd worden door neerlegging op de griffie.

De begroting is wel onderhevig aan het (interne) inzagerecht van de werkelijke leden, al staat dat niet letterlijk in de wetgeving en wordt er hierover door de meeste rechtsleer niets expliciets gezegd.


Dit recht houdt het volgende in:

  • alleen de werkende leden hebben dit recht;
  • het gaat over een inzagerecht en niet over een kopieerrecht, niet over een meeneemrecht en niet over een publicatierecht. Dat ligt anders voor zover de statuten dit of een deel ervan uitdrukkelijk zouden toelaten;

Inhoud

De VZW-wet bepaalt, merkwaardig genoeg, eigenlijk nergens wat de begroting precies moet inhouden. Noch de vormgeving, noch de inhoud werden vastgelegd, noch werden principes ter zake dwingend naar voren geschoven.

 

Vanuit algemene rechtsprincipes en de VZW-wet kunnen we, bij stilzwijgen wederom van de statuten of het huishoudelijk reglement, echter wel een aantal elementen afleiden:

  • de begroting moet een voldoende getrouw beeld geven van het gevoerde beleid;
  • de vormgeving wordt het beste aangenomen in de vorm van een ontwerp van jaarrekening;
  • bij de presentatie van de begroting voor het jaar N wordt best een vergelijking gemaakt (in absolute mutaties en percentuele verschillen) met enerzijds de begroting van het jaar N-2 ervoor voor het jaar N-1, en met de effectieve resultatenrekening (en inkomsten en uitgaven) van het jaar N. Op die manier kan de Algemene Vergadering toetsen in welke mate de begroting voor het jaar N die van het vorige jaar overtreft of ermee verschilt en in welke mate er een verschil is met de concrete zaken van het jaar N-1.

Methodiek

Er is de methodiek van de staat van ontvangsten en deze van het analytisch begroten.

 

1. De methodiek van de staat van ontvangsten


De voordelen hiervan zijn talrijk. Er kan een schitterende vergelijking gemaakt worden met de boekhouding: de boekhouding geeft de realiteit weer, terwijl de begroting de verwachting weergeeft rond de toekomst of weergaf wat men in het verleden dacht dat de toekomst zou brengen. Het laat toe ambities af te stemmen en te evalueren t.o.v. de praktijk en omgekeerd.

 

De nadelen : het is onmogelijk om een analytisch zicht te krijgen op de inkomsten of de uitgaven per type van activiteit, aangezien in de boekhouding inkomsten bijvoorbeeld volledig worden opgeteld.

 

De begroting is het spiegelbeeld van de ontvangsten en de uitgaven. Ze kan per jaar worden opgesteld.

 

2. Analytisch begroten

 

De tweede methode is die van het analytisch begroten of de begroting per activiteit. In dit geval heeft men een aantal voordelen die men niet heeft bij de methodiek van de staat van ontvangsten en uitgaven.


Men bekomt bij deze techniek immers een duidelijk inzicht:

  • in de te verwachten inkomsten en uitgaven per type van activiteit of per activiteit;
  • in de rendabiliteit van de betrokken operaties;
  • in de financieringsbehoefte van de betrokken activiteiten;
  • in de stromen die in rapportering vaak door subsidiërende overheden worden gevraagd.

Meer informatie over de begroting kan u verkrijgen tijdens de vorming "Begrotingsbeleid" .